Het
eerste wat natuurlijk opvalt bij het zien van de Twickeler Houtzaagmolen is
dat er helemaal geen molen is. Hoewel de wieken al sinds het eind van de
negentiende eeuw zijn verdwenen, spreken we nu nog steeds over "de molen".
De tegenwoordige houtzaagmolen bestaat uit de houten onderbouw van de
oorspronkelijke windmolen met daarnaast het bakstenen gebouwtje voor de
stoomketel en stoommachine. Het houten molengebouw bestaat uit een vierkant
middengedeelte waarop de molen heeft gestaan, met aan weerszijden een
rechthoekige zaagschuur. Het geheel heeft een lengte van bijna achtentwintig
meter en is ruim tien meter breed. Het bakstenen gebouwtje meet zestien bij
vijf meter. De houten wanden zijn zwart geschilderd en het geheel is gedekt
met rode pannen.
Het hele gebouw staat op een aantal bakstenen
poeren of stiepen met daarop een grote vierkante deksteen van Bentheimer
zandsteen. De zaagvloer ligt daardoor ruim een meter boven de grond. De
ruimte onder de zaagschuren is open, die onder het vierkante molengedeelte
is ommuurd en vormt een kelder, het kot, waarin het zaagsel zich kan
ophopen. In het middengedeelte bevindt zich het zaagraam en de horizontale
zaagmachine, de beide zijschuren geven ruimte voor de zaagsleden.
Aan de linkerkant van de molen zien we de sleephelling waarover we de stammen naar binnen trekken om deze vervolgens op de zaagslede te bevestigen. Na het zagen bevindt zich de slee in de rechter zaagschuur zodat het gezaagde hout door de deuren aan die zijde kan worden afgevoerd.
