De
zaaggrond of zaagvloer is de werkvloer van de zagerij. Hier worden de bomen
tot planken of balken verzaagd. In het midden van de zaagvloer zien we nog
het originele middelste verticale zaagraam. De oorspronkelijke zaagramen
links en rechts daarvan hebben plaats gemaakt voor een cirkelzaagmachine en
een horizontale zaagmachine. De zaagslede van het verticale zaagraam glijdt
over zware balken die in de vloer zijn verwerkt. Op deze balken zien we
geleideblokken, neuten, die ervoor zorgen dat de slee netjes in een rechte
lijn beweegt. De wagen van de horizontale zaagmachine loopt over rails die
zijn gemonteerd op de balken waarover vroeger een zelfde zaagslede gleed als
die in het midden.
Tegen de zoldering vlak voor de verticale raamzaag hangen enkele grote
houten rollen met daaraan ijzeren tandwielen. Dit is de winderij of het
haalwerk, hiermee worden de stammen de molen ingesleept en de zaagsleden na
het zagen weer in de beginpositie getrokken. Om het hanteren van de zware
stammen wat te vergemakkelijken is in het midden van de vorige eeuw een
hefinstallatie met loopkat geïnstalleerd.
Helemaal rechts achterin is de vijlbank. Hier kunnen de zagen worden
geslepen.
Een trap leidt ons naar de verdiepingen of in molentaal: de zolders.
